stadsonvrede
stadsonvrede
de dunbevolkte straten
hullen hem in de warme dampen
van de metro ondergronds
hij is een tralieloper
zonder rokje van Monroe
zij houdt zich staande
in de portieken van hotels
waar portiers gaan lopen zijn
met de glorie en de kluis
hold-up van een degeneratie
leven ze beiden in de kroniek
van een doelloos gestorven stad
boven hun verwilderde hoofden
cirkelen de moderne gieren
met mortieren voor het beetje
wat hen totnogtoe nog rest
Frans Vlinderman
