Nieuwsbrief


Poëzieavond 21 maart 2008

Hugo Claus had er net de brui aan gegeven, de lente was toch begonnen en in De Spuikom, aan het jachthaventje van Doel, was het gezellig druk. De barman was in z’n nopjes.
Enkele dichters zaten al aan de toog achter een donker biertje of een glas heldere witte wijn en rookten hun obligate sigaretjes. Zoals een fanfare niet zonder drank kan om de lippen vochtig te houden, zo heeft een dichter nood aan drank én rook. Hoe mistiger, hoe liever de dichter het heeft.
Het decor was volmaakt: de lichtjes van de Schelde. Af en toe verdwenen die, als een gigantisch containerschip voorbij gleed getrokken door een onooglijke sleepboot richting Deurganckdok (vlak om de hoek) of alweer naar zee.

Herman Van Puyenbroeck aaide teder zijn cello en speelde z’n vingers warm. Toen hij aan de muur een afbeelding ontdekte van de NoordStar, het schip dat lang geleden hoopvolle immigranten naar het verre Amerika bracht en waar z’n vader met déze cello jarenlang op had meegevaren, werd hij helemaal lyrisch.
Schoorvoetend kwam ook het publiek het gezellige café binnen. Mark Meekers, DorpsDichterDoel 2007-2008 overliep met Dianne Nuyts, z’n sidekick bij de presentatie, de bindteksten en de spanning steeg.
Dirk De Boeck mocht als eerste aanmeren en de toon zetten: zachte woorden, soms met een harde onderklank, want zijn Levens-Doel moet blijven, hier is onrecht geschied.
Richard Willems bewees dat hij, historische creatieve duizendpoot, ook een dichterlijke ziel bezit  en dat zijn zoetgevooisde stem uitermate geschikt is om poëzie voor te dragen.
Melodische celloklanken zorgden voor een adempauze op niveau.
Herman J. Claeys, eerder die avond verdwaald in Doel, las breekbaar zijn teksten voor. Het publiek, een bonte mengeling van jong en oud, luisterde ingetogen en herkende de verontwaardiging van iemand met een groot rechtvaardigheidsgevoel.
Dianne Nuyts maakte haar grootouders wakker –ze rusten, dichtbij elkaar, vlak naast de kerk van Doel- en bracht het  nostalgisch dorp weer tot leven, maar ze blikte ook strijdvaardig naar de toekomst.
En Vivaldi verzachtte de zeden.
Na de pauze bewees Mark Meekers nog maar eens waarom hij de beste DorpsDichter is die Doel tot nu toe  heeft gehad en waarom hij –naast Claus–  de meest bekroonde Vlaamse dichter van de laatste tien jaar is. Gebeitelde gedichten en verderlichte haiku’s beroerden de aandachtige luisteraars.

Ulrich Van Spitael, origineel bijgestaan door zijn assistente, kreeg moeiteloos het publiek op z’n hand. Deze ontwerper en uitvoerder van De Pagodenroute scandeerde en declameerde, kwam, zag en overwon. Hij oogstte veruit het meeste applaus.  Herman liet zijn cello een klaagzang zingen en iedereen kreeg kippenvel.
Johan De Vriendt, notoir Doelverdediger, kwam vanachter de tafel waar hij de t-shirts had uitgestald, de flyers van ErfgoedDag en de nieuwe DorpsDichterDoelwedstrijd* en stickers voor het behoud van dit polderdorp. Ook in zijn woorden droeg hij  z’n boodschap en z’n gedrevenheid overtuigend uit. Hij durfde het aan om een poëtisch lied te brengen, de lichtjes van de Schelde pinkten in de maat en de hele Spuikom deinde zachtjes mee.
 Twee leuke meiden droegen voor op het Vrij Podium. Moedig en met hun jonge en heldere stemmen verzekerde de jonge generatie ons dat de opvolging verzekerd is.
De laatste klanken van Träumerei van R. Schuman stierven uit en we ontwaakten als na een schone droom.
Nog verdwaasd, maar zacht van binnen en innerlijk verheugd, hebben we nog wat nagepraat, dronken we nog een glas. We zwaaiden naar de barman en stapten met trage, voldane passen de dijk af, naar huis.

We waren weer even Dichter-bij-Doel geweest.

(tekst Dianne Nuyts)