Nieuwsbrief

Gebruikerslogin

CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te testen indien u een menselijke bezoeker bent teneinde spam-inzendingen te vermijden.
Beeld-CAPTCHA
Vul de letters in uit de afbeelding (zonder spaties).

Dorpsdichter Frank De Vos

Antwerpen, jij jankt.

Wij hozen zand om Doel te stelpen,
met de blik op scherp, de handen gewet.
Ja, wij zijn van over ’t water.
 
JIJ ook, met je plompe mond
op je pagaddertoren: een scheefgezakte
toeter, je bellen.
 
JIJ jankt je A met hoofdletter,
over gelegenheid en werk,
over toekomst, hoe JIJ verder moet
en beter, met een afgevijlde leugen:
van een haven niets dan goed.
 
Ja, wij hozen
geen schaafsel versleten tijd
in dit dorp, geen lek geslagen sloep
wij blijven lopen
niet buitengaats, niet achterwaarts.
   
Achtbare burgers van dit verdampende land, aanhoor deze DorpsDichterDoel zijn achtbare woorden,
 
Wanneer een baron, met zijn naam aan blauwe scharnieren geschroefd, op een gewestplan voor de bouw van een getijdendok wat potloodlijnen trekt, beginnen de barre tijden voor de burgers van Doel. Zo werd erfgoed voor een megalomaan project dat er wellicht nooit zal komen, uit handen gegeven aan andere, ‘hogere’ belangen. Politiek cynisme, op pluchen zetels in onwelriekende achterkamers bedreven, eiste zijn tol. Deze samenzweerders zijn bekend: een op rijpe leeftijd gehuwde christelijke politica, een overjaarse boyscout uit Antwerpen, een rode moeders mooiste uit het Land Van Waas, en die weidse baron in koningsblauw. Zij maakten van ons dorp een stervend kind. Achtbare burgers, zo zijn zij die eerbiedwaardigen, die belangrijken van elke achtbaarheid verstoken.
 
Niettemin zijn wij dankbaar voor het geluk en voor de bijzondere eer dat wij in het midden van deze Doelenaars kunnen verblijven. Wij hebben er eenvoudige maar oprechte mensen mogen ontmoeten. Mensen die zichzelf niet kronen met ronkende titels en dure woorden. Zij warmden ons hart. Hoopvol en verfrissend voor onze democratie is het burgerverzet. Het is een luis in de pels die knaagt en moet blijven knagen aan de genoegzaamheid van onze overheid, die zich terugtrekt in de egelstelling van haar groot gelijk en alle geboden alternatieven van tafel veegt. Hier valt de waanzin dagelijks in onze ogen.
 
Achtbare burgers het zijn dissidenten die weigeren mee te dobberen op het gemeengoed van de gezapigheid, zittend onder de appelboom voor de televisie. Betrokken dissidenten, die met het opgestoken Helaba vingertje van Luc Versteylen, de vinger op pijnpunten leggen.
Niet alleen hier maar overal, zijn er verontruste burgers die hun kop boven het maaiveld durven steken. Mensen die zich verzamelen rond een speerpunt over het braaksel van verlopen ideologiën heen.
 
Burgers die welzijn ipv van welvaart als parameter nemen. Welzijn als de toetsteen voor een samenleving..
Denken we maar aan de Wim Van Hees en zijn ademlozen, de Lapperfronters en zovelen overal te lande. Dissidentie, achtbare burgers is de ware test voor een gezonde democratie.
Ondanks het feit dat overheid beschikt over lineaire veelvouden aan middelen dan
deze actiegroepen, slagen deze erin om de Moloch te doen kantelen. Deze gigantische sommen worden besteed aan de blauwe reptielen uit het communicatierijk. Communicatie die geen informatie geeft maar tot Doel heeft de burgers te doen denken zoals zij het willen.
Laat ons daarom deze dissidenten eren maar vooral bijstaan. Ga daarom massaal naar de volksraadpleging. Ga daarom massaal op onze oproep in om spreekrecht in het Vlaams parlement te vragen. Dat men ons daar dan eens uitlegt waarom dit Dorp niet kan blijven duren tot er werkelijk nood is voor een havenuitbreiding. Een havenuitbreiding die nu overigens wordt betwist door enkele havenbonzen. Dat mens ons daar eens verklaart waarom beslist beleid neerkomt op holle oneliners. Dat men ons daar eens verklaart waarom Doel niet als een kunstdorp kan worden ingevuld.  Dat men dan eens geen toverwoordjes gebruikt zoals werkgelegenheid en welvaart. Dat men ons daar dan ook eens uitlegt waar de menselijkheid is gebleven.  
 
 
Doel, van op je dijk
 
Nog vlug een kus gedrukt op je laaiende
melkweg op grasgroene poten, vogels
zwieren af en aan, voorbijkijkende boten.
 
Doelloos vallen ogen uit hun kassen
dit dorp herfst in zijn woord,
wilde jachthorens briesen hun blauwdruk,
de polder schreeuwt zich dakloos.
 
Gehavend lijf van mij, ik til je in verzen.
Je staketsel wieg ik warm,
het water in je monding tot een gedicht.
 
Geen blad schrijf ik monddood, ik blijf
je oprapen. Als een trillende speer plant
ik je in elke zin.