Doelpralinegedicht Mark Meekers
BONBON
ik heb een cacaoboontje voor dit dorp:
het is om van te snoepen. de chocolatier
redt het goede leven van de ondergang
roert met warme lepel en gouden hand
suiker marsepein & room, laat de vier
windstreken in de mond verbroederen.
slik je bitterheid door, gun je een binnen-
pretje, neem en eet deze bonbon, jaag
hem als een kogel door je hoofd. proef
de witte magie van melk en honing, ko-
ninklijke papillenpoëzie, zevende hemel
voor het gehemelte. vrouwen krijgen
er verliefde ogen van, kinderen vurige
tongen. de praline eet je op. denk aan
Doel waar ze aardt, de nasmaak van
bewaart, altijd het voorproefje van is.
MM.
