Nieuwsbrief

Gebruikerslogin

CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te testen indien u een menselijke bezoeker bent teneinde spam-inzendingen te vermijden.
Beeld-CAPTCHA
Vul de letters in uit de afbeelding (zonder spaties).

Aanstellingsspeech Tweede Dorpsdichter Frank De Vos

 

Doel, 21 maart 2009
Lieve mensen, beste Doelvrienden,
 
Hier sta ik nu met klamme handjes. Als een dorpsdichter nog wel. Het klinkt mooier
dan wat dan ook. Hoe is het zover kunnen komen?
Ik wijs naar Mark Meekers. Die stuurde me vorig jaar, het moet einde mei geweest zijn,
een mail over DDDwedstrijd.
Mark Meekers, een van de meest gelauwerde dichters in ons taalgebied, is dus de brandstichter, dames en heren.
Doel, ja, ik had er natuurlijk van gehoord. Maar het was een ver-van-mijn-bed-verhaal. Het was zoveel te ver,  zoals te ver voor zo velen.
Ik vroeg Mark Meekers om meer informatie. De site van de Dorpsdichter kwam in beeld, en die van Kunstdoel en die van Doel2020 en die van Edmond Reyn. En ik heb alle teksten van onder deze rijke poldergrond gespit. Op een zondag ben ik in mijn wagen gesprongen en naar Doel gereden. Ik ben hier nadien nog vele malen geweest. Ik heb het onrecht geroken, gevoeld. De cynische arrogantie van beleidsmakers, die hun eigen spelregels verkrachten om dit dorp onbewoonbaar te verklaren, te laten verdwijnen. ‘Nemo auditur’, zeiden de Romeinen. Waarvoor, ja voor wat in Hemelsnaam?  De gek, getelde centen?
 
Doel is als een doorn in het oog van Caesar Peeters, die met de beate glimlach der gelukzaligen de kaart van Vlaanderen bekijkt en ziet dat alles van hem en andere belangen is. Tot er potverdorie een speldenprikje onder het vergrootglas te voorschijn komt. Lopen daar nog vrije Galliërs rond zeker! Vrije Galliërs die weigeren hun hoofd te buigen. Die Asterixen en Creverixen, Devriendterixen die op de daken klimmen, voor bulldozers gaan staan. De Stormerixen, de De Bonterixen, de Maeserixen, die op de rechtbank en in het Parlement met hun vuist op tafel slaan. De Meekerixen, gewapendertaal, met dan eens de bramen van hun pen geslepen en dan weer niet.
Deze barden worden ditmaal niet vastgebonden en met een prop in hun mond aan hun boomhut opgehangen. En zeker niet te vergeten de Amazonerixen zoals de Frie Lauwerixen en de Linda en Eva van Tulderixen, die met vrouwelijke artistieke charme strijden.
Dissidenten die weigeren mee te dobberen op het gemeengoed van de gezapigheid, zittend onder de appelboom voor de televisie. Betrokken dissidenten, die met het opgestoken Helaba vingertje van Luc Versteylen, de vinger op de pijnpunten leggen.
Niet alleen hier,maar overal, zijn er verontruste burgers die hun kop boven het maaiveld durven steken.
Denken we maar aan de Wim Van Hezen en zijn ademlozen, de Lapperfronters en zovelen overal te lande. Dissidentie, lieve vrienden, is de ware test voor een gezonde democratie.
 
Deze mensen en de Doelenaars in het bijzonder hebben mijn oneindig respect, mijn grenzeloze bewondering, mijn oeverloze dank. Zij zijn met weinigen,maar ook met velen. Als historicus heb ik geleerd dat geschiedenis wordt geschreven door enkelen, niet door de massa. Heel dikwijls werken zij in eenzaamheid en vertwijfeling. Al deze Goede-Doel-dingen dwingen mij tot nederigheid.
 
Ik dank de jury en lees u op hun verzoek graag het winnende gedicht’ Habeas Corpus’ voor. Sta me toe om er een klein woordje uitleg bij te geven.
Enkele dagen nadat ik de oproep van Mark Meekers ontving, vernam ik dat het Amerikaanse Hoog Gerechtshof, dit rechtsprincipe Habeas corpus of ‘je moet een lijf hebben’, uit 1670 inriep om de toestand op Guantanamo Bay te veroordelen. Het was juni vorig jaar toen ik opnieuw door Doel liep en aan het gehavende lijf van Doel dacht.
 
Habeas corpus
 
Wij hebben een lijf, omdat we geen stad zijn,
geen samengedreven vee, geen blauwe r
die aanrolt op het betonrot van een havendok
 
omdat we taarten eten, smoutebollen bakken,
er joelende kinderen spelen,
omdat de boer zijn boerin hier kust, er nog
een molen staat, er geen metaalmoeheid raast
 
omdat we geen klaplong zijn, geen palliatief verhaal,
geen geslepen gebit van een baggerkraan
omdat we hier ‘s avonds de soep uitscheppen, bij elkaar
op de stoep, om ons gezicht een laatste praatje slaan
 
Wij hebben een lijf, omdat we geen stad zijn,
en “ zie je” zeggen, en “ook zo”, we ons Doel
noemen, niet Guantanamo Bay
 
Ik hoop uit de grond van mijn hart dat alle deelnemers het gevoel hebben dat ze samen met mij dorpsdichter van Doel zijn. Laat ons de handen in elkaar slaan en overal de poëtische boodschap van hoop en toekomst uitdragen.
 
Ik besluit met twee oproepen:
 
‘Mijnheer Peeters, laat zien dat er bloed stroomt in uw aders en kondig een moratorium af op de afbraak van onze huizen. Je lijdt geen gezichtverlies met het terugkomen op een ‘beslist’ beleid uit een andere tijd met andere en nu achterhaalde economische parameters. Er is niets mis mee, want het zal je groter maken, en niet alleen langer. Kris Peeters, wees onze held!

en
 
‘Mijnheer Daan Schalk, laat je hart nu eens niet alleen rood, maar ook warm kloppen.
Stop met afbreken en heb minstens het fatsoen om het puin op te ruimen dat je hier laat rondslingeren. Het lijkt hier wel de Gazacity na een Israëlisch bombardement.

Lieve mensen, beste Doelvrienden, hartelijk dank voor uw aandacht… en drink er allemaal ene op mijn kosten.


Uw dienaar en Dorpsdichter,
Frank De Vos.